gisteren


ik wou dat je nog gisteren was, toen handen vluchtig antwoord vonden
en je zwijgend mijn kapel bezocht, ik wou dat je nog distels had,
nog niet het onkruid weerde
dat dat wat woekerde en kruipen kon niet vuur en messen vond
ik wou dat je nog wolken kleurde, de lucht met stralen overgoot
dat je nog smaak gaf aan mijn vezels, ik wou dat je nog morgen was
om naar je uit te kijken
dat dat wat goed en levend was geen ondergang verkoos
de dagen niet voorbij
de zon niet onder
de dood gewoon
ontkend

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *