droom


mijn ogen vallen dicht maar

mijn ogen vallen dicht maar
licht stoort moordend het verlangen
zoetstil in slaap en zonder
mededogen zonder goed te zijn
alwaar de hand van dag in nacht
getallen uit mijn hoofd wil laten
en gezangen want
het ziet het schaap een wonder watten
– kom zacht de droom de och de ach –
mijn praten niet geloofd en toch
ben ik te loom te luid te min
te moe om hoe een slaap te vatten


en vallen zacht mijn ogen toe

en vallen zacht mijn ogen toe
dan droom ik niet meer wat ik doe
dan weet ik geen vooruit of eind
dan sterf ik weer al levend zijnd
dan slaap ik stil en binnenin
dan dwaal ik droef en zonder zin
dan is mezelf niet meer bewust
dan snap ik ook niet dat ik rust
dan blijven vast mijn ogen toe
dan gaapt mijn binnenleven moe