liefde


Trouwen

Na nauwelijks een nacht, klaarwakker wachten op mijn heel-erg-nabij-toekomstige, bloemen in de hand. Haar schoonheid met woorden beschrijven is even onmogelijk als de kleur rood proberen ruiken. An. De dag straalt in haar lach, haar jurk, de bomen. Iedere seconde genieten we, van kerk naar feest naar huis. En tussendoor getrouwd worden, door zoveel mensen die dit in pen in hun agenda hebben gezet. Het is een vreemd gevoel om zo centraal te staan, jezelf zo centraal te zetten. Met twee.

Natuurlijk verandert er niks. We hielden al van elkaar, woonden al samen, voedden al katten op. Permanent geringd, maar ook dat went. En toch. Ze is niet een vrouw, ik ben niet een man. Ze is mijn vrouw, ik ben haar man.


jij de liefste en de mooiste

jij de liefste en de mooiste
de vrolijkste en dus ontdooiste
jij de zoenste en de zachtste
de geduldigst en de wachtste

jij ondeugend vat vol zon
zo zwevend als een luchtballon
zo open, zo vol energie
zo alles waarom ik je graag zie


Verloven 1

Er zit wat liefde in het woord verloven. Dus een dagje wellness, lang gepland, massage inclusief. De stoute schoenen aantrekken – en weer uittrekken, want je moet daar rondlopen op blote voeten. Een juwelendoosje, maandenlang verstopt in de barbecue op zolder, verhuist naar een badjaszak. Knie, verbijstering, vraag, ring. Ontroe-ring. En geen stukje vreugde kwijtraken, hoe vaak die ook wordt uitgedeeld, overgenomen, opgestuurd. Verbinden door be-love-n.


haar lippen trillen even

haar lippen trillen even
nadat net haar vingers schreven
in een brief zo zwart als pek
vol met woorden van vertrek

in haar hoofd ziet ze een man
ze schreef afscheid en verban
in haar hoofd komt hij nabij
ze schreef pijn en ze schreef jij

in haar hart voelt ze zijn stem
ze schreef liefde slechts voor hem
in haar hart zoekt ze zijn ziel
ze schreef hoe angst haar overviel

en haar tranen drogen op
voor zichzelf zegt ze luidop
dat het zo het beste is
maar binnenin
klinkt stil wat
als ik me
vergis


prinses, ik roep je zonder eind

prinses, ik roep je zonder eind
vol hoop dat onrust dan verdwijnt
ik vecht voor ’t winnen van je hart
je hoofd, je vrees, je lach, je smart
ik strijd en dood de monsters die
ik in je oog mijn spiegel zie
en lust je lijf dat ik zo mis
dat naakt zo smaakt als honing is
schreeuw terug, gil uit of kreun me toe
en toon me zo dat wat ik doe
je raakt, bevrijdt, je ziel beroert
me dichter tot je toren voert