poëzie


gij moet

gij moet een auto hebben auto auto
gij hebt geen auto
gij alternatieveling
gij linkse rat, gij profiteur

gij moet drinken drinken alcohol drinken
gij drinkt geen druppel
gij uitzondering
gij arrogante sfeerbederver

gij moet een kind hebben kind kind kind
gij hebt geen kind
gij afwijking
gij egoïst, gij onvolmaakte

gij abnormale
marginale
extremist


weg

je schrapt me
weigert litteken te zijn
in plaats daarvan voel ik je weg
in elke kleine wonde

dus dwaal ik zonder ogen
peuzelend en schrokkend van je nacht
met elk fragment van je scherven
geklemd tussen mijn vingers

niks is zo zeker, zo stabiel
als jouw geschenk van twijfel
je bent
je bent
permanent


Juno

je begint
als wit papier dat
onbeschrijflijk vers
volmaakt en vol van zin
verlangt naar een verhaal

je leeft zo nieuw zo nu
zo welkom in de wereld, je bent
muziek die nog ontbrak
je naam het juiste woord
en niemand kan
zoveel als jij


Oh wonderbaar

Oh wonderbaar, verberg je niet.
Vandaag heb ik je lief. Ik heb geen nood
aan veiligheid, onzeker spring ik in het diep.
Je bent al mooi voor ik je ken.

Neem me over, zing je lied. Bij jou
vind ik mijn troost. Je smelt de sneeuw.
Je opent velden. Je laat de gratie dansen.

Ik was nog niets tot jij jouw niets
in dat van mij vervlocht.


troost

door straat omarmd, door wijk omvat
gebouwd op rots en steen
lijmt Troost de scherven van de stad
brengt jou en mij bijeen

geprevel uit het achterpand
hun stemmen wiegen zacht
als lichtjes overdag gebrand
nog schijnen door de nacht

er staat een huis, een kerk, een slot
in psalm en wijs geboekt
waar tijd je voert tot stille God
een thuis voor wie haar zoekt

(bundel: De weldaad van het zwijgen)